DIEPE WORTELS EN VELE VERTAKKINGEN

DIEPE WORTELS EN VELE VERTAKKINGEN

Duurzaamheid gaat over de toekomst, over de vraag welke toekomst we willen. Maar zo nu en dan de achteruitkijkspiegel hanteren is eveneens interessant. Waar komt de duurzaamheidsbeweging bijvoorbeeld vandaan? Hier uitvoerig op antwoorden is natuurlijk een onmogelijke opdracht, de mensheid heeft immers altijd al moeten omgaan met de grenzen van een eindige planeet. Om niet in het doolhof van het verleden te verdwalen, zal daarom op beknopte wijze enkel de twintigste eeuw aan bod komen.

Aan het einde van de 19de eeuw, begin 20ste eeuw ontstaat in Europa en de in de VS een beweging gericht op natuurbehoud. Verschillende natuur- en vogelbeschermingsgroepen zien het licht, waaronder in ons land de Vereniging voor Natuur- en Stedenschoon (1910) en De Wielewaal (1934). Deze richten zich op het behoud van natuurmonumenten en het tot stand komen van natuurreservaten. Belangrijk daarbij is de esthetische en recreatieve functie van de natuur. Het betreft een veeleer elitaire, conservatief-reformistische en romantische beweging waarin politieke motieven niet aanwezig zijn: het economisch systeem en de politieke machtsverdeling worden niet in vraag gesteld.

“Als duurzame dwergen staan we op de schouders van reuzen”

Het is uit deze natuurbehoudsbeweging dat aan het eind de jaren 1960, begin jaren ’70 de milieubeweging ontstaat als nieuwe sociale beweging. Deze verschilt op een aantal punten met zijn voorlopers. Zo komt de directe leefomgeving van de mens centraal te staan omwille van de toenemende problemen van afval, verkeer en verontreiniging van lucht, water en bodem. Het beschermen van gebieden en soorten is niet langer voldoende. Voorts kent de milieubeweging niet het elitaire karakter van de natuurbehoudsbeweging en zijn de milieugroeperingen gericht op maatschappelijke verandering via betogingen, bezettingen en petities. Er komt met andere woorden een overgang van protest binnen het maatschappelijk bestel naar protest tegen het maatschappelijk bestel. Her en der komt verzet op gang tegen onder andere de aanleg van een autosnelweg door het Peerdsbos (1968) en tegen het duwvaartkanaal Oelegem-Zandvliet (1973). De verschillende initiatieven gaan zich ook groeperen in de Bond Beter Leefmilieu (°1971) en de Verenigde Aktiegroepen voor Kernstop (°1974). Aan het eind van het decennium komt het overal in Europa tot de institutionalisering van milieubewegingen in de vorm van ecologische partijen. In Vlaanderen wordt dat Agalev (°1979), de voorloper van Groen(!).

FO018853Uit de milieuproblematiek, de bekommernissen van de andere nieuwe sociale bewegingen en de vraagtekens bij de economische en de bevolkingsgroei komt uiteindelijk de duurzaamheidsgedachte voort die binnen ngo’s, bedrijven, overheden en de academische wereld opgang maakt. Door het genoegzaam bekend Rapport van de Club van Rome (1972) wordt de duurzaamheidsbeweging in een versnelling gebracht, geïnstitutionaliseerd en op de internationale agenda gezet via verschillende VN-conferenties en rapporten, met als hoogtepunt het Brundtland-rapport (1987), houder van de beroemde definitie van duurzame ontwikkeling en verspreider van het model van de drie E’s. Ecology, equity en economy werden immers in de jaren 1960 en 1970 nog te weinig samen bekeken. ‘Duurzaamheid’ wordt in de schoot van de VN wel omgevormd tot ‘duurzame ontwikkeling’, meer dan een semantische wijziging. ‘Ontwikkeling’ zou volgens sommigen een eufemistisch synoniem zijn voor ‘groei’ en het was precies die economische groei die in de decennia voordien zo sterk onder vuur was komen liggen. Duurzame groei als oxymoron? Groei als probleem of als oplossing? Het blijft een netelige, belangrijke en actuele discussie. De term verspreidt zich verder in de jaren 1990, wordt op steeds meer verschillende domeinen toegepast en groeit uit tot een buzzword tegen de eeuwwisseling. Zodoende leven we nu misschien niet in duurzame tijden, maar wel in tijden van duurzaamheid.

Slotsom: Als duurzame dwergen staan we op de schouders van reuzen. De duurzaamheidsidee kwam er niet ex nihilo in de jaren 1980. Een hele geschiedenis ging eraan vooraf en maakte de beweging mogelijk. Daarnaast moet echter beklemtoond worden dat duurzaamheid/duurzame ontwikkeling een problematisch begrip is zonder eenduidige definitie (zie een vorig stuk over politisering). Naast diepe wortels kent de duurzaamheidsboom dus ook vele vertakkingen.

 

*Kopafbeelding: Affiche voor milieubescherming van Agalev uit 1989 (Archief UGent)

*Afbeelding: Manifestatie van de Actiegroep Leefmilieu Rupelstreek in 1979 (Archief Amsab-ISG)

 

LITERATUUR:

Caradonna (J.L.). Sustainability. A history. Oxford University Press, 2014, 331 p.

Hellemans (S.) en Hooghe (M.). Van ‘Mei ’68’ tot ‘Hand in Hand’. Nieuwe sociale bewegingen in België 1965-1995. Leuven-Apeldoorn, Garant, 1995, 173 p.

Leroy (P.) en De Geest (A.). Milieubeweging en milieubeleid. Antwerpen-Amsterdam, De Nederlandse Boekhandel, 1985, 248 p.

Stroo (S.). Het is gemakkelijk om aandacht te hebben voor de vogeltjes als je geen honger hebt: de (B)SP en het leefmilieuthema in de periode 1961-1991. Gent (onuitgegeven licentiaatsverhandeling Universiteit Gent), 2005, 159 p. (promotor: G. Deneckere).

Van der Windt (H.) en Bogaert (D.). “Veranderingen in discoursen en strategieën van Vlaamse en Nederlandse natuurbeschermers tussen 1945 en 2005.” In: Brood & Rozen, 3 (2009), pp. 6-37.