POLITISEREN DIE HANDEL

POLITISEREN DIE HANDEL

Politiek, politiek, politiek, politiek… Voor sommigen misschien een vies woord waar ze liever ver vanaf blijven. Toch is politiek, in de brede zin van de term, incontournabel. Politiek gaat over de organisatie van de samenleving. Welke keuzes worden er gemaakt, welke paden kiezen we richting de toekomst? Politiek bewustzijn is van groot belang, vandaar dit pleidooi voor politisering, toegepast op duurzaamheid. Van Dale geeft volgende definities voor ‘politiseren’ die in deze context toepasbaar zijn: ‘tot een politieke zaak maken,’ ‘het politieke aspect van een vraagstuk beklemtonen’ en ‘politiek bewust maken door het blootleggen van de versluierd aanwezige ideologie.’

Duurzaamheidskwesties zijn politieke vraagstukken “omdat er strijd is over de strategieën hoe dat we naar een transitie moeten gaan, omdat er strijd is over hoe we allerlei duurzaamheidskwesties framen. Niet zozeer partijpolitiek, dat de politici gaan moeten beslissen, dat ook, maar een strijd tussen heel veel maatschappelijke actoren, tussen heel veel sleutelfiguren in het debat,” dixit Thomas Block, hoofd van het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling van de UGent. (*) Politiek draait dus om het verzoenen van conflicterende visies over wat er moet gebeuren. Visies die gebaseerd zijn op andere waarden, normen en opvattingen. Deze set van ideeën over de samenleving noemt men een ideologie. Een ideologie beschrijft de maatschappij zoals die is (descriptief deel), omschrijft de ideale samenleving (prescriptief deel) en toont de weg hiernaartoe (operationeel deel). Verandering nastreven, of net niet, is dus politiek. Maar… welke verandering? In welke richting? In welke mate? Hoe snel? Hoe doortastend? Ook op het vlak van duurzaamheid kunnen deze vragen gesteld worden. ‘Duurzaamheid’ of ‘duurzame ontwikkeling’ zijn immers geen eenduidige termen met een duidelijke ideologie. Bill Hopwood et al. werkten een schematische voorstelling uit op basis van de mate waarin naar systemische verandering wordt gestreefd. Drie grote clusters komen daaruit naar voren.

4-Figure1-1 (2)

De x-as geeft de graad van ecologisme aan, de y-as de mate van welzijn en gelijkheid, de sociaaleconomische indicatoren dus. Wat zich vormt, is een veelheid aan invullingen van duurzaamheid, afhankelijk van de combinatie tussen de ecologische en de sociaaleconomische factoren. De visies die exclusief een van deze twee parameters op het oog hebben, vallen buiten het domein van duurzame ontwikkeling. Op die manier ontstaan er drie grote blokken die elk een andere invulling geven aan duurzaamheid, met name drie visies op de mate waarin de politieke en economische matschappelijke structuren en de relatie tussen mens en milieu dienen te veranderen om duurzame ontwikkeling te bekomen. Het eerste blok pleit voor status quo: binnen de huidige structuren kan duurzaamheid bereikt worden. Het omvat vooral bedrijven en regeringen, voor wie het geloof in groei een grote rol speelt. De tweede cluster kiest voor hervorming: verandering is nodig maar kan binnen de huidige structuren. Deze groep betreft vooral academici en de mainstream ecologische NGO’s, die pleiten voor wijzigingen van markt en regering en focussen op technologie en wetenschap. Het derde blok gaat voor transformatie: een radicale verandering van onze economische en machtsstructuren is noodzakelijk. Hier vindt men groepen van klimaatrechtvaardigheid, inheemse ecologische bewegingen, ecofeministen en ecosocialisten, die de uitbuiting van mens en milieu door een kleine minderheid aan de kaak stellen.

“‘Duurzaamheid’ en ‘duurzame ontwikkeling’ zijn geen eenduidige termen met een duidelijke ideologie”

Ook economie is dus politiek. “Dé economie” bestaat niet. Het is geen exacte wetenschap. Er zijn geen economische, onaantastbare natuurwetten. Economie is eveneens een menselijk construct, en dus ideologisch ingegeven. Sinds grofweg de jaren 1980 leven we in een neoliberaal paradigma waarin vooral de vrije markt en het kapitaal een grote rol toebedeeld krijgen. Deze extractieve economie – gebaseerd op groei, competitie en schaarste – kan worden omgebogen tot een generatieve economie – circulair en gebaseerd op overvloed en samenwerking – door middel van politieke, en dus ideologische, beslissingen. De nauwe kijk van het neoliberalisme kan verbreed worden door in grotere mate te focussen op de sociale en ecologische pijlers. Bestaat duurzame groei wel? Of is het een oxymoron? Mag de vrije markt wel zo vrij zijn? Binnen de meer hervormingsgezinde en transformatieve groepen gaan er bijvoorbeeld stemmen op die pleiten voor no-growth of zelfs degrowth… Dit zijn geen puur technische discussies maar fundamentele politieke en ideologische kwesties.

Slotsom: als D’URGENT erkennen we het politieke component van duurzaamheid. Duurzaamheid is streven naar een ecologisch, sociaal, economisch en politiek ideaal. Onze vereniging doet dus aan politiek, zij het dan wel niet aan partijpolitiek. Wegen op het beleid van een universiteit, bijvoorbeeld middels onze divestment campagne, is iets politiek. Bewustmaking werkt politiserend omdat het een opstap kan zijn naar een gedeelde visie over duurzaamheid. Wie zijn de betrokken actoren? Wat zijn de belangen? Wat zijn de langetermijneffecten? Wie wordt er beter van? Wat zijn de achterliggende ideeën? Dergelijke vragen zijn te stellen bij iedere grotere uitdaging en beslissing. Ze behoren tot een scherp en kritisch politiek bewustzijn. Politiek, politiek, politiek, politiek… Klinkt al wat positiever, hé?!

LITERATUUR:

Caradonna (J.L.). Sustainability. A history. Oxford University Press, 2014, 331 p.

Devos (C.). Een plattegrond van de macht. Inleiding tot politiek en politieke wetenschappen. Academia Press, 2017, 642 p.

Hopwood (B.) et al. “Sustainable development: mapping different approaches.” In: Sustainable Development, 13 (2005), 1, pp. 38-52.

Groene groei bestaat niet, RTL

Economische groei funest voor klimaatakkoord, Trouw